Kantoren; renoveren of nieuwbouw?

Het onderwerp is niet nieuw maar het wordt weer leven ingeblazen door NVM Business. Zij hebben recentelijk een uitgebreid artikel besteed aan de huidige stand van zaken in het vastgoed voor kantoren. Ook anderen in deze sector laten van zich horen; soms met een landelijke insteek en soms meer regionaal gericht. Unaniem wordt met voldoening gereageerd op de aantrekkende bouwmarkt. Fijn voor de economie en voor de werkgelegenheid. Als het gaat om de bouw van kantoren worden echter de wenkbrauwen gefronst, zowel bij bedrijven en organisaties die nieuwe kantoorruimte zoeken als bij overheden die het overschot aan kantoorruimtes willen terugdringen. Bij deze spagaat is het niet eenvoudig kantoorruimte te vinden die aan de laatste eisen voldoet.

Herbestemming van bestaande kantoorruimtes.
Voor een deel worden kantoorgebouwen al aan de markt onttrokken door ombouw naar appartementen, studentenhuisvesting of sloop. Dan nog blijven er duizenden vierkante meters over waar nauwelijks of geen interesse voor is. Dat is een realistische ontwikkeling, want wie wil er nu verhuizen naar of beginnen in een kantoorpand dat op veel gebieden totaal gedateerd is? De eigenaars van dergelijke panden staan voor de keus tussen sloop of een enorme investering om hun pand toekomstbestendig te maken. Daarbij speelt de boekwaarde ook een belangrijke rol en al helemaal als het overheidsgebouwen betreft. Afschrijven is meestal een taboe omdat het boekhoudkundig vermogen wordt aangetast en daarvoor is in de begrotingen meestal niet voorzien. Toch zal de druk om oude kantoorgebouwen toekomstbestendig te maken alleen maar toenemen om nog verdere leegstand te voorkomen.

Dus helemaal geen nieuwbouw meer toestaan?
Er zijn gebieden en vooral in en rond de grote steden, waar om economische redenen snel kantoorruimte beschikbaar moet komen die wel toekomstbestendig is. Een optie is om alleen een vergunning te geven als er sloop van een ongeveer gelijkwaardig aantal vierkante meters tegenover staat. Maar wie draait er dan voor de sloop en de afschrijving op? Het meest voor de hand liggend lijkt de oplossing om een landelijk fonds te stichten waaruit enerzijds de sloopkosten en afschrijvingen (deels) betaald kunnen worden en anderzijds om de vernieuwing van bestaande panden tot toekomst bestendige gebouwen te subsidiëren. Deskundigen wijzen er wel op, dat het toekomstbestendig maken van een oud pand een investering vergt die ongeveer overeenkomt met nieuwbouw. Om alle voorzieningen aan te brengen die nu ontwikkeld en beschikbaar zijn dient een gebouw meestal eerst totaal gestript te worden tot slechts het skelet overblijft.

Vernieuwbouw of nieuwbouw, het nieuwe werken is ook een belangrijk onderdeel.
Aangenomen mag worden dat bij dergelijke vernieuwingen aan alle faciliteiten, die tot een modern gebouw behoren, aandacht wordt besteed. Een nieuwe jas om een oud kostuum te verbergen zou een lachwekkende gedachte zijn. Toekomstbestendigheid geldt evenzeer voor alle voorzieningen voor leidinggevenden en medewerkers die in het pand hun werk verrichten. Oud meubilair meenemen is in feite geen optie. Uitzondering wellicht als zeer recent het meubilair vernieuwd is. Dat betekent investeren in hoogte verstelbare bureaus en werktafels, stawerkplekken, voorzieningen die thuiswerken goed faciliteren, overleg- en vergaderruimtes die op het nieuwe werken zijn ingericht. Aandacht voor de verlichting in combinatie met de algemene verlichting en bergruimte op enige afstand om beweging te stimuleren. Tevens een aantal bewegingswerkplekken bijvoorbeeld met een fietssysteem. Van de totale vernieuwbouw- of nieuwbouwkosten zijn de investeringen, die ruimte scheppen voor efficiënt werken in combinatie met gezonde voorwaarden voor de medewerkers, slechts een fractie. Dit mede door de al deels ingevoerde wissel- en thuiswerkplekken waardoor het totaal benodigde aantal vierkante meters toch al is gekrompen. Een toekomstbestendig kantoor bestaat derhalve niet alleen uit de opstallen maar ook uit voorzieningen die het nieuwe werken ondersteunen en mogelijk maken.